Het dorp

Cóbdar is een rustig dorp, gelegen in een prachtige vallei van het los Filabres gebergte, aan de oostzijde van de Siërra Nevada. Met ongeveer 250 permanente inwoners is Cóbdar een klein dorp. Alleen in augustus (de traditionele weken van festiviteiten zijn dan in volle gang) zijn er ongeveer vier maal zoveel inwoners te vinden en begint het dorp te bruisen van plezier, lawaai en feest. Iedereen viert dan deze voor hun zo belangrijke heilige dagen. Dankzij nieuw aangelegde wegen is het dorp steeds makkelijker te bereiken, toch is het nog steeds een plek waar je echt tot rust kunt komen doordat het gebied zich onderscheid van de meer “ontwikkelde” gebieden. Er zijn 2 restaurants en 3 drie goed bevoorrade winkels (hoewel je wel even moet vragen waar ze zitten). Zomers is het zwembad open en tevens is er een apotheek en een studio met verschillende kunstwerken van de plaatselijke kunstenaar.
Cóbdar is ontstaan op een bergheuvel in de prachtige bergketens van de “Siërra de los Filabres”, aan de oostzijde van de Siërra Nevada. De geschiedenis van het dorp gaat terug naar Moorse tijden. Bovenop de berg stond een fort, van waaruit het dorp te overzien was. De naam van het dorp komt van het Arabische woord “Qawda” dat “verheven bergtop” betekent en refereert naar “La Piedra”, “De Steen”, waaronder dit dorp is gebouwd. In 1490 gaf de Spaanse koning Cóbdar aan de tweede graaf van Tendilla, Don Inigo Lopez de Mendoza, die het op zijn beurt weer verkocht aan de bisschop van Malaga, Don Diego Ramirez de Villaescusa de Haro, omdat hij bij hem nog in de schuld stond. In 1573, accepteerden 24 boeren de condities waaronder zij zich mochten vestigen in Cóbdar. De lokale economie was destijds geheel gericht op landbouw, met als voornaamste producten; olijven,- fruit,- en amandelbomen.
